
Botox werkt door de afgifte van acetylcholine aan bepaalde zenuwuiteinden tijdelijk te remmen. Daardoor krijgt de behandelde spier minder signalen om samen te trekken en neemt de spieractiviteit tijdelijk af.
Bij gezichtslijnen die vooral door mimiek ontstaan, kan de huid hierdoor tijdens fronsen, lachen of het optrekken van de wenkbrauwen minder sterk plooien.
Botox vult een rimpel niet op en voegt geen volume toe. De behandeling beïnvloedt vooral de communicatie tussen een zenuw en de spier die door die zenuw wordt aangestuurd.
Wilt u eerst een breder overzicht van toepassingen en behandelingen? Bekijk dan de informatie over Botoxbehandelingen.

Vergelijk op ervaring & prijs Direct een afspraak maken
Botox is een merknaam. In het dagelijks taalgebruik wordt de naam ook vaak gebruikt als algemene term voor behandelingen met botulinetoxine type A.
Na een gerichte injectie komt botulinetoxine type A in contact met zenuwuiteinden die betrokken zijn bij de aansturing van de behandelde spier. Het toxine wordt daar opgenomen en beïnvloedt vervolgens de afgifte van acetylcholine.
Acetylcholine is een boodschapperstof waarmee een zenuw onder andere een spier kan aanzetten tot samentrekken. Wanneer minder acetylcholine wordt afgegeven, wordt dat signaal zwakker doorgegeven en neemt de activiteit van de behandelde spier af.
Wilt u vooral weten wat Botox als behandeling en geneesmiddel is? Lees dan wat Botox is.
De plaats waar een motorische zenuw een signaal doorgeeft aan een spier heet de zenuw-spierovergang, of neuromusculaire overgang.
Normaal komen aan het uiteinde van de zenuw kleine hoeveelheden acetylcholine vrij. Die boodschapperstof bindt vervolgens aan receptoren op de spiercel en helpt zo een spiercontractie op gang te brengen.
Botulinetoxine type A werkt aan de zenuwzijde van deze overgang. Dit wordt een presynaptische werking genoemd.
SNAP-25 is een eiwit dat zenuwcellen nodig hebben om blaasjes met acetylcholine aan het celmembraan te koppelen en hun inhoud vrij te geven.
Botulinetoxine type A klieft SNAP-25. Daardoor kunnen deze blaasjes minder efficiënt acetylcholine vrijgeven. Het signaal van de zenuw naar de spier wordt hierdoor tijdelijk verzwakt.
Botox vernietigt dus niet simpelweg de volledige zenuw. Het beïnvloedt een specifiek onderdeel van de signaaloverdracht tussen het zenuwuiteinde en de spier.
De zenuw kan nog steeds actief zijn, maar het chemische bericht naar de behandelde spier wordt tijdelijk minder sterk doorgegeven.
Daardoor reageert die spier minder krachtig op het signaal om samen te trekken.

Botox vermindert tijdelijk de activiteit van de geselecteerde spier. Daardoor kan de spier minder krachtig samentrekken.
Hoeveel beweging overblijft, hangt onder meer af van de behandelde spier, de anatomie, de gebruikte hoeveelheid, de injectieplaatsen en het behandelplan. Het doel is daarom niet automatisch om alle beweging in een gebied weg te nemen.
Dynamische rimpels worden vooral zichtbaar wanneer spieren bewegen. Denk aan lijnen die verschijnen wanneer iemand fronst, lacht of de wenkbrauwen optrekt.
Wanneer de betrokken spier minder sterk samentrekt, wordt de huid tijdens die beweging minder krachtig geplooid. Daardoor kunnen dynamische lijnen minder opvallend worden.
Een statische rimpel blijft ook zichtbaar wanneer het gezicht ontspannen is. Minder spieractiviteit kan de herhaalde huidplooiing verminderen, maar een bestaande statische lijn hoeft hierdoor niet volledig te verdwijnen.
Botox:
vult geen verloren volume aan;
vult een rimpel niet fysiek op;
verwijdert geen overtollige huid;
verandert de botstructuur niet;
geeft geen permanent resultaat.
Dat onderscheidt de werking van botulinetoxine van behandelingen die volume toevoegen. Lees meer over het verschil tussen Botox en fillers.
Botox werkt niet onmiddellijk op het moment van injecteren. De opname van botulinetoxine door het zenuwuiteinde en de daaropvolgende remming van acetylcholine ontwikkelen zich geleidelijk.
De eerste verandering in spieractiviteit kan binnen enkele dagen merkbaar worden. Het precieze verloop verschilt onder meer volgens het gebruikte geneesmiddel, de behandelde spier, de dosis, de injectieplaats en de individuele reactie.
Het is daarom beter om het resultaat niet op basis van één universele termijn te beoordelen. De arts kan aangeven wanneer een controle voor het gebruikte product en behandelgebied zinvol is.
De zenuw en spier worden niet permanent uitgeschakeld. De zenuw-spiercommunicatie herstelt geleidelijk, waardoor de spier na verloop van tijd opnieuw sterker kan bewegen.
Wilt u specifiek weten hoe lang het effect kan aanhouden? Lees dan meer over hoelang Botox werkt.
Botulinetoxine werkt lokaal rond de plaats waar het wordt toegediend. De gekozen injectieplaatsen en hoeveelheid hebben daarom invloed op welke spiervezels worden beïnvloed en hoeveel beweging overblijft.
De arts beoordeelt niet alleen waar een lijn zichtbaar is, maar ook welke spieren de beweging veroorzaken en hoe omliggende spieren samenwerken. Verschillende botulinumtoxineproducten hebben bovendien hun eigen dosering en productinformatie; eenheden zijn niet automatisch onderling uitwisselbaar.
Dat kan. Wanneer botulinetoxine een nabijgelegen spier sterker beïnvloedt dan bedoeld, kan tijdelijk bijvoorbeeld asymmetrie, een veranderde wenkbrauwstand of verminderde spierfunctie ontstaan.
Het risico hangt onder meer samen met anatomie, behandelgebied, injectieplaats, techniek en dosering. Lees apart meer over mogelijke complicaties van een Botoxbehandeling.
Botulinetoxine vermindert de signaaloverdracht tijdelijk. Na verloop van tijd herstelt de communicatie tussen zenuw en spier, waardoor de spieractiviteit geleidelijk terugkomt.
Het toxine veroorzaakt dus geen permanente uitschakeling van de behandelde spier.
Problemen met slikken, spreken of ademhalen na een behandeling zijn geen gewone lokale reactie op een injectie. Neem bij dergelijke klachten onmiddellijk contact op met een arts of andere geschikte medische hulpdienst.
Nee. Acetylcholine speelt niet alleen een rol bij spiercontractie, maar ook bij de zenuwsturing van bepaalde klieren.
Bij overmatig zweten kan botulinetoxine bijvoorbeeld de afgifte van acetylcholine naar zweetklieren tijdelijk verminderen. De zweetklieren krijgen daardoor minder signaal om zweet af te scheiden.
Het basisprincipe — tijdelijk minder afgifte van acetylcholine — is vergelijkbaar met de werking aan de zenuw-spierovergang, maar het behandeldoel is anders.
Lees meer over het specifieke gebruik van Botox tegen overmatig zweten.
Botulinetoxine wordt ook voor bepaalde andere medische indicaties gebruikt. Die toepassingen kunnen een ander behandelprotocol en een complexer werkingsmechanisme hebben en vallen buiten de kern van deze pagina.

De werking van botulinetoxine is farmacologisch beschreven, maar dat betekent niet dat iedere behandeling op dezelfde manier wordt uitgevoerd of hetzelfde resultaat geeft.
Een arts beoordeelt onder meer de anatomie, spieractiviteit, gewenste verandering en hoeveel beweging passend is om te behouden.
Bij het vergelijken van klinieken kunt u onder andere letten op:
de medische opleiding en professionele achtergrond van de behandelaar;
ervaring met botulinetoxine en het specifieke anatomische gebied;
de kwaliteit en volledigheid van het consult;
uitleg over het gebruikte product en behandelplan;
uitleg over mogelijke bijwerkingen en beperkingen;
beleid rond controle, nazorg en complicaties;
ervaringen van andere cliënten als aanvullende context.
Reviews kunnen iets zeggen over ervaringen met bijvoorbeeld communicatie, het consult of de nazorg. Ze bewijzen niet dat dezelfde behandeling bij iedere persoon hetzelfde resultaat zal geven.
Ook na een consult kunt u besluiten om geen behandeling te laten uitvoeren.
Bekijk meer aandachtspunten voor het vergelijken van Botoxklinieken.








Botulinetoxine moet eerst door de betrokken zenuwuiteinden worden opgenomen en daar de afgifte van acetylcholine verminderen. De spieractiviteit neemt daardoor geleidelijk af. Daarom is onmiddellijk na de injectie nog geen volledig effect te verwachten.
Nee. Botulinetoxine type A werkt aan bepaalde zenuwuiteinden en vermindert daar tijdelijk de afgifte van acetylcholine. Het is daarom nauwkeuriger om te spreken van een tijdelijke vermindering van de signaaloverdracht naar de behandelde spier dan van het uitschakelen van de volledige zenuw.
Dat kan. Hoeveel beweging overblijft, hangt onder meer af van de behandelde spier, anatomie, dosis, injectieplaatsen en het behandelplan. Minder spieractiviteit betekent niet automatisch dat alle beweging moet verdwijnen.
De communicatie tussen zenuw en spier wordt tijdelijk verminderd en niet permanent uitgeschakeld. De zenuw-spieroverdracht herstelt geleidelijk, waardoor de spieractiviteit na verloop van tijd terugkomt.
Niet helemaal. Dynamische lijnen ontstaan vooral tijdens spierbeweging en worden daarom rechtstreeks beïnvloed wanneer die beweging afneemt. Een statische lijn blijft ook in rust zichtbaar en hoeft door verminderde spieractiviteit niet volledig te verdwijnen.
Spieren verschillen in functie, grootte, kracht en anatomische ligging. Ook de gebruikte dosis, injectieplaatsen, het geneesmiddel en de individuele reactie kunnen invloed hebben op hoeveel spieractiviteit tijdelijk afneemt.
Zoek, vergelijk en boek een injectable of filler behandeling
Injectablesbooking.be onderdeel van Halftien BV
info@injectablesbooking.be
KVK: 81484879
BTW: NL862111808B01